Een tegendraads Handboek over Hoop

Een tegendraads Handboek over Hoop

‘Hoop in bange dagen – inspiratie zakwoordenboek voor standvastige en eigenzinnige mensen’ heeft me regelmatig aan het denken gezet door de vele onverwachte gedachtenkronkels.Dat maakt het lezen ervan een goede besteding van je (lees)tijd. De prikkelende teksten nodigen uit tot reflectie en gesprekken over de schaduwkant van werken in organisaties. Misschien kom je al doende tot het inzicht dat de ‘rattigheid’ die Schrijvers in onze ‘braaftaal’ ziet soms nog best meevalt. Wat de burger weer hoop geeft, en dat beoogt Schrijvers uiteindelijk.

In de NRC van 24 augustus staat een interview met de auteur van het Handboek Schrijvers zegt in dit interview dat hij „spontaan tandrot” krijgt van de LinkedIn-profielen van vele managers en topbestuurders – en trouwens ook die van doodgewone werknemers op afdeling X of Y bij bedrijf Z leest.

De mens vertoont rattig gedrag

„Het is een en al zoetigheid”, zegt Joep Schrijvers, „Suikerspinnen over ‘verbinding’, ‘kernkwaliteiten’ en ‘teamspirit’. Hoe we onszelf graag zien, is heel anders dan hoe we zijn.” Mensen, zegt Schrijvers in het interview, zijn ratten. Hij is niet pessimistisch over de mensheid, wel cynisch realistisch, omdat de moderne managementliteratuur de wereld tegenwoordig „door een roze bril bekijkt”, beschouwt hij het als zijn taak om mensen te waarschuwen voor ratten in al hun vermommingen. Tot zover de auteur in de NRC.

Een jubileumboek dat tegendraads moet zijn

De opdrachtgever van het boek, Managementboek.nl, vroeg Schrijvers om een boekje te schrijven voor het 25-jarig jubileum van hun bedrijf. Hij kreeg als leidraad mee dat het boek moest passen binnen het thema van de Boekenweek, ‘eigenlijk van het hele jaar: tegendraadsheid, rebellie en eigenzinnigheid’. Thema’s die volgens mij wel zijn toevertrouwd aan Schrijvers, gezien zijn boek ‘Hoe word ik een rat’ en zijn boek over leiderschap onder de titel ‘Hoe raak je ze kwijt? – over ontspoorde leiders en slechte managers’. Ik bedoel maar.

In het voorwoord meldt Schrijvers dat hij bij zichzelf ‘twee tegenstrijdige motieven bemerkte: enerzijds een groot, soms naïef vertrouwen in de techniek, anderzijds een diepgevoeld wantrouwen jegens de mens, de ratten’. Al lezend kon ik mij niet aan de indruk onttrekken dat de het wantrouwen het in dit boek gewonnen heeft van het vertrouwen in de techniek. En dat in een boek dat ons Hoop belooft.

Stop met het voeden van hoop

Volgens de titel van het boek gaat Schrijvers ons hoop leveren, maar wat bedoelt hij met dat begrip? Het antwoord heb ik gevonden in zijn Woordenboek bij lemma nummer 21 Hoop. En daar citeert hij ondermeer de kinderneuroloog Pedro Weisleder die weigert zijn patiënten hoop te geven, want ‘hoop verblindt en ketent, hoop intimideert en ontmoedigt; hoop maakt machteloos’. Wie hoopt is vaak geketend aan niet realiseerbare verlangens naar iets positiefs, is bevlekt met een naïef geloof in een zonnige toekomst en heeft daardoor elk realiteitsbesef, vooral in het hier en nu, verloren. Dat mag je niet voeden, aldus Schrijvers. De vraag komt dan op waarom Schrijvers zich tot gestort heeft op een boek dat Hoop belooft?

Een compact boek dat aanzet tot reflectie en gesprek

Maar het Woordenboek ligt er en Schrijvers heeft een mooi compact – 192 pagina’s – boek geschreven met zestig korte verhalen, lemma’s genoemd. Elk lemma heeft z’n 400 tot 600 woorden. De vormgever heeft er een fraaie lay-out bij geleverd, waardoor het een visueel genot is om door het boek te bladeren. Het boek past in de zak van een colbert of in een kleine hand- of schoudertas. Dat maakt het mogelijk om op een verloren moment een verhaaltje te lezen en daar wat over te peinzen of in gesprek te gaan met medemensen.

Schrijvers heeft een mooie pen, wat het lezen tot een feest maakt. Hij kent ook zijn klassiekers, in elk verhaal worden wel een paar wijsgeren uit vervlogen tijden opgevoerd, zoals Aristoteles, Epicurus, Erasmus, Foucault, Schopenhauer, Thoreau en Annie M. G. Schmidt. Hij meldt onderaan de pagina steeds netjes van wie hij een woord of citaat geleend heeft, een hele prestatie want er staan 118 verwijzingen (meer en minder uitgebreid) in het boek.

Je kunt beginnen met lezen daar waar het boek openvalt

Het is geen woordenboek dat alleen aan woordverklaring doet maar dat, net als in vroeger tijden, veel meer informatie over een woord geeft. Het boek bestaat uit zestig onderwerpen op alfabetische volgorde gerangschikt en waar verder geen samenhang in zit. Je kunt als lezer dan ook gaan lezen waar het boek openvalt, want de verhalen verwijzen niet naar elkaar en bouwen ook niet op elkaar door. Hier en daar geeft Snijders de lezer een advies, zoals het al eerdergenoemde “Stop met het voeden van hoop”, “Pas op voor machtswellustige leiders en slaafs volgende volgers”, “Organisaties kunnen niet zonder narren” en een ander advies is “Geniet van het ongerichte, blije-luie leven” (er staan meer in, vaak verstopt, maar ik heb deze geselecteerd volgens het criterium ‘daar waar het boek openvalt’.

Pas op voor machtswellustige leiders en slaafs volgende volgers

Schrijvers publiceert regelmatig over leiders. Dus ook in het woordenboek komt dit specimen regelmatig langs en krijgt ervanlangs. Zoals bijvoorbeeld in lemma 29: ‘Niets schaadt de belangen van een organisatie of een land zo erg als slecht leiderschap. Onbenulligheid, graai- zucht en machtswellust zijn een enkele reis naar stagnatie en erger. En toch, de verleiding om tegen gedegenereerde leiders in verzet te komen moet men weerstaan. Beter is het de pijlen te richten op hun achterban. De eerste wet van leiderschap luidt immers: de leider stapt nooit zelf op het schild, maar wordt er door zijn volgers op gehesen. Het is dus van het grootste belang alles in het werk te stellen de achterban van de zittende leider te verzwakken. Niets doet een leider zo naar beneden kukelen als een draagvlak dat verrot en vermolmd is. Dat dit geen natuurlijk proces is weet elke intrigant. Het belangrijkste waar hij naar zoekt zijn de zwakke delen van de achterban’.

Organisaties kunnen niet zonder narren

Schrijvers signaleert in lemma 20 dat de nar niet (meer) in organisaties te vinden is. De nar is degene die de waarheid spreekt als de vorst dwaalt en zijn adviseurs méér bezig zijn hem te vleien en naar de mond te praten dan hem op het rationele pad te houden En dat bevreemdt Schrijvers, want volgens hem is de lach die de nar oproept bevrijdend en inzicht brengend en is nooit het gevolg van afzeiken en vernedering. ‘Hij is het laatste ventiel van waaruit de kwalijke dampen van zelfoverschatting kunnen ontsnappen. De dwaas brengt de baas tot rede’. Hij doet een oproep om de nar weer in ere te herstellen want ‘soms ziet één dwaas meer dan duizend wijzen bij elkaar’.

Geniet van het ongerichte, blije-luie leven

In lemma 30 stelt Schrijvers dat ‘alle individuele en sociale ellenden geboren zijn uit hartstocht voor de arbeid’. En volgens hem is de remedie tegen deze ellenden, luiheid! Het lijkt wel of Schrijvers het niet zo opheeft met de influencers van internet. Zij zijn met ‘hun virale gemuts voor life craftingde nieuwste lichting volksopvoeders, die het verlangen naar het ongerichte, blij-luie leven uit de jongste én de oudste generaties tot zwijgen willen brengen.’ En aansluitend neemt hij nog een andere groep goedwillenden onder de loep, de zelf-hulp-fetisjisten, van wie hij vindt dat die met hun positieve bullet-lijstjes hun regenteske terreur uitoefenen. ‘Zij zijn de opvolgers van de benepen kwezels, regenten en moralisten van weleer. Niks mag er zómaar zijn, slonzig en sloom.’ Hij roept op tot een paradoxale vorm van verzet: iets doen door iets te laten.

Ik heb gegrijnsd, ben aangezet tot herlezen maar vond geen troost

Op de kaft staat het volgende: ‘Wie turbulentie beleeft, zoekt houvast. Kaders, duiding, referentie. Maar laat de adviezen kort zijn en praktisch! Geef hoop, bied troost, laat ons het zoet proeven zodat we het zuur kunnen verdragen. En dat is precies wat dit boek doet.’ Ik weet niet of de schrijver van de flaptekst wel alle 60 lemma’s gelezen heeft, want ik heb hier en daar gegrijnsd over de brommerige en soms bozige stukjes. Het boek heeft me regelmatig aan het denken gezet door de vele onverwachte gedachtenkronkels. Vaak heb ik met bewondering Schrijvers zijn zinnen gelezen en herlezen. Hier en daar kon ik een advies vinden, verstopt in erudiete redeneringen. Maar ik heb er zo goed als geen troost uit kunnen putten. Maar misschien verstaat Schrijvers iets anders onder troost dan ik, maar dat blijft ongewis want Schrijvers heeft helaas hier geen lemma over.

Ik denk dat ik op het verkeerde been ben gezet door de (sub)titel van het boek. Het boek is vooral een kritische en hier en daar sombere, donkere beschouwing over het doen en laten van mensen. En dan vooral van mensen die in organisaties werken en er leiding aan geven. En dat is toch iets anders dan het leveren van hoop, denk ik. Maar een titel creëert een verwachtingspatroon, een verwachting die nu niet uitkwam. Als het boek een subtitel had als ‘Gedachten over de schaduwkant van werken in organisaties’, om maar een dwarsstraat te noemen, dan zou ik het boek vijf sterren van de vijf hebben gegeven, want dat is voor mij de kern van dit fraaie Woordenboek.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.