‘Hybride’ werken wordt gewoon weer ‘werken’

‘Hybride’ werken wordt gewoon weer ‘werken’

Ooit gingen wij, kantoorarbeiders, elke dag met een broodtrommeltje onder de arm naar kantoor. Sommigen van ons mochten af en toe voor een lastig klusje ‘thuiswerken’ of bij Starbucks. Vooral  ZZP ’ende kantoornomaden leefden volgens het principe van ‘work anywhere anytime’. Wij, de doorsnee kantoorarbeiders, keken hier soms met enige jaloezie naar. Wij werden immers gehouden aan beleid wanneer thuis werken mocht, maar de praktijk veranderde niet echt. Totdat in maart 2020 Corona de kantoorarbeider verdreef van zijn werkplek. Zonder beleid en voorbereiding kon, nee moest, er opeens 100% thuis gewerkt worden.

Sommigen, zoals Jeroen Busscher, zagen al snel dat we op weg waren naar nieuwe werkverhoudingen, die hij (in navolging van McKinsey), hybride noemt. In zijn boek ‘Leidinggeven aan de hybride organisatie’ stelt Busscher dat de hybride organisatie ‘niet de oude situatie plus de nieuwe situatie, ze is iets volstrekt anders’. Wat dat precies is moet ieder voor zich uitvinden. Busscher tekent er wel bij aan dat thuis niet thuis hoeft te zijn, maar dat we thuis moeten zien als niet-op-kantoor’. En kantoor hoeft niet noodzakelijkerwijs kantoor te zijn. Volgens Busscher zal het kantoor meer ‘evenementeus’ worden, een inspirerende omgeving voor creativiteit, voor ontmoeten en het vormen van een gemeenschap. Voor deze Groningen is ‘evenementeus’ een moeilijk vatbaar begrip. Maar de tijd zal het leren.

Jitske Kramer voelde eind 2020 de tijdsgeest en de nieuwe situatie goed aan. We gingen van de ene op de andere dag werken en overleggen met Teams of Zoom, en gebruikten digitale white boards. We deden alsof het digitale communiceren gelijk was aan het werken op kantoor. Wat niet zo bleek te zijn. Ze gaf in haar boek ‘Werk heeft het gebouw verlaten’ (ondermeer) tips voor de digitale vergader etiquette.

We waren bijna aan thuiswerken gewend, toen we opeens ook weer naar kantoor mochten en soms moesten. De invoering van thuiswerken kon zonder beleid, maar hybridewerken blijkt niet zomaar te kunnen. Er blijkt beleid nodig te zijn en vervolgens pilots, experimenten, proeftuinen en dergelijke.

De dolende kantoorarbeider c.q. professional, c.q. hoofdarbeider vindt steun bij het boek van Kim Spinder , ‘Eerste hulp bij hybride werken’. Met zo’n dertig opdrachten kom het team of de afdeling er achter hoe hybride er voor hen uit kan zien. Zo helpt bijvoorbeeld een van de opdrachten bij het inzichtelijk maken wat de aard van de taken of activiteiten is die op een dag worden uitgevoerd.

‘When thinking about jobs and tasks, consider how key productivity drivers—energy, focus, coordination, and cooperation—will be affected by changes in working arrangements. (Linda Gratton, Harvard Business Review May–June 2021) 

Hybride werken zadelt de hoofdarbeider op met de vraag op wanneer en waar er gewerkt gaat worden. Tot voor kort was er geen keuze: Covid-beleid dwong hoofdarbeiders om thuis te werken. Maar dat station is gepasseerd. Er moet nu gekozen worden. Het keuzemenu hiervoor bestaat uit vier alternatieven. De eerste kennen we allemaal nog wel: werken van 9 tot 5 samen met collega’s op kantoor. Alternatief twee is nog steeds om van 9 tot 5 te werken, maar met het verschil dat een deel van de collega’s thuis werkt en een deel op kantoor werkt. Alternatief drie is op kantoor werken op verschillende tijden. Het vierde alternatief is werken op verschillende plekken en op verschillende tijden.

Figuur 4 alternatieven voor hybride werken (Spinder)

Spinder merkt daarbij wel op dat bij het kiezen voor een bepaalde variant, het team rekening moet houden met de kaders zoals het minimaal aantal dagen waarop mensen op kantoor aanwezig moeten zijn, wanneer mensen bereikbaar moeten zijn of hoe klanten bediend worden, e.d..

Hybride werken wordt alleen succesvol als er niet weer dezelfde fouten worden gemaakt als toen de kantoortuin werd ingevoerd. Toen was het ‘one size fits all’. We hebben (hopelijk) geleerd dat verschillende activiteiten, zoals denken, vergaderen, socializen, telefoneren etc. eigen eisen stellen aan ruimtes en de bijbehorende infrastructuur.

Hybride werken heeft alleen een kans van slagen als er bijvoorbeeld voldoende ruimtes zijn die uitgerust zijn met video-vergader-voorzieningen, wanneer er (hoe banaal het ook klinkt) goede reserveringssystemen zijn voor het regelen van ruimtes, wanneer ruimtes goed geïsoleerd zijn en ga zo maar door. Net zo belangrijk is het om hoofdarbeiders uit te rusten met de goede ICT hulpmiddelen met bijbehorende ondersteuning. Voor de boekhouder is dit alles slecht nieuws: Hybride werken kost geld!

Since the pandemic, companies have adopted the technologies of virtual work remarkably quickly—and employees are seeing the advantages of more flexibility in where and when they work. As leaders recognize what is possible, they are embracing a once-in-a-lifetime opportunity to reset work using a hybrid model. (Linda Gratton, Harvard Business Review May–June 2021)

In een relativerend artikel in de NRC van 31-08-2021 beschrijft Japke-d. 10 valkuilen van hybride werken. ‘De eerste valkuil van het hybride werken is natuurlijk al die term, ‘hybride werken’ – daar gaan we mee stoppen. Ten eerste omdat we geen elektrische auto’s zijn, maar vooral omdat de term suggereert dat het iets is waarvan we zouden moeten weten wat het is, terwijl dat in de praktijk nog volkomen onduidelijk is.’ ‘Ik stel daarom voor het ‘hybride werken’ gewoon ‘werken’ te gaan noemen – dat is al ingewikkeld genoeg. En dan gaan we de komende maanden wel uitvogelen waar we dat gaan doen – thuis of op kantoor – en hoeveel dagen per week’.

 

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.